Ligfiets Geschiedenis

Voor 1900
De ontwikkeling van de fiets, en dus ook van de ligfiets start met de ‘loopfiets’, voor het eerste gemaakt in 1790. Na het ‘uitvinden’ van het stuur (1817), werden aandrijvingen uitgevonden. De allereerste (1821) werkte met een pallenmechanisme (voorloper van het freewheel of vrijlooplager). Een andere uitvinding was het stangenmechanisme(1838). In 1855 werden voor het eerst pedalen gemonteerd op het voorwiel. Dit ontwikkelde zich verder tot 'de hoge bi' één groot voorwiel en een zeer klein steunwiel. In de jaren zeventig werd duidelijk dat deze fietsen tamelijk gevaarlijk waren.

Op dat moment werden velerlei meerwielige voertuigen ontwikkeld waarvan enkele sterk doen denken aan latere ligfietsen. Zij werden voornamelijk aangedreven door stangenmechanismen of een soort krukasmechanisme. Uit deze periode stamt de uitvinding van het differentieel.

In 1873 werd de ‘Safety Bicycle’ uitgevonden. De jaren er opvolgend werd met een enorm aantal kadervormen geëxperimenteerd, tot duidelijk werd dat de trapeziumvorm met rechte buizen de sterkste en goedkoopste constructie was. Deze constructie werd voor het eerst gebruikt in 1890. 'De hoge bi' is dan al bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen.


1900 - 1970
Rond 1910 zijn alle belangrijke uitvindingen reeds gebeurd ; in Gent reed al 15 jaar de eerste zitfiets rond, er is al een buikfiets ontworpen (fietser ligt op de buik), de luchtband wordt algemeen gebruikt, de effecten van volle wielen zijn bekend, er is al geëxperimenteerd met gestroomlijnde fietsen en ligfietsen. Vanaf dan wordt de fiets verfijnd.

Dit verfijnen wordt in hoge mate bevorderd door het organiseren van wedstrijden. Tot in 1914 legde de UCI weinig technische regels op bij het gebruik van allerhande fietsen. Dan breken twee renners in een gestroomlijnde fiets enkele records. De UCI reageert met de uitsluiting van aërodynamische voorzieningen in de wedstrijden. Twee mannen strijden nog enkele jaren om de eer van de snelste te zijn, maar door gebrek aan erkenning krijgen zij geen volgelingen, en gestroomlijnde fietsen worden een uitzondering.

Hetzelfde gebeurt met ligfietsen. In 1934 wint een ligfietser (F. Fauré) de 5 km achtervolging van de regerend wereldkampioen en stelt het wereldrecord scherper. De UCI reageert met uitsluiting. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling van de ligfiets gevoelige vertraging opliep, net op het moment dat er ligfietsen bestonden die de concurrentie aankonden met de dan al overal heersende fietsen met diamantkader.


1970 tot nu
Pas in de jaren zeventig wordt de draad terug opgenomen. De ligfiets wordt opnieuw uitgevonden. In vele landen werden verenigingen opgericht die de ligfiets promoten. In de beginjaren waren de ligfietsen nauwelijks sneller dan de klassieke of aangepaste fietsen. Professor Chester Kyle uit Massachusets legde een basis door de traditie van gestroomlijnde gewone fietsen terug op te nemen en verder te ontwikkelen. Naderhand werden ook andere houdingen geprobeerd : buikfietsen, fietsen met arm- en beenaandrijvingen, driewielers, vierwielers, … De snelheden waren, zeker in het begin, niet echt spectaculair.

Naarmate de techniek verfijnde, en naarmate de renners beter werden voorbereid steeg de bereikte snelheid gestaag. Waar het spurtrecord in 1975 nog 65 km/h bedroeg, bedraagt het huidige record 110 km/h. Het uurrecord is in ’79 nog steeds 51.3 km/h, het huidige record is 81 mph (ofwel 130,36 km/h).

Het uithangbord voor de ligfietsverenigingen is de grote snelheid die met de ligfiets bereikt kan worden. De voornaamste activiteiten van deze verenigingen zijn dan ook het organiseren van wedstrijden. Desondanks krijgen ligfietsers in de media een heel ander soort aandacht dan de gewone wielrenners. Nog steeds worden ligfietsen als curiosa beschouwd.

Als de UCI erkent dat er ligfietsen bestaan, en dat zij als spectaculaire wedstrijdfietsen ook recht hebben op een plaats naast racefietsen, mountainbikes, downhill, en baanfietsen, is er misschien een kans dat de ligfiets aanvaard wordt bij het grote publiek.